Waarde(n)vol geld

“Mam, krijg ik deze snoepjes?” “Morgen is het feestje. Ik heb geld nodig om een cadeautje te kopen.” “Mijn fiets is stuk. Hij moet écht nieuwe onderdelen”. “Gaan we naar de kermis? Ik wil zooo graag in de achtbaan!” “Oooh, kijk dan, dat nieuwe spel is uit. Daar zat ik op te wachten! Kunnen we dat nu gaan halen?” "Wanneer gaan we [...]